Lessen uit actieonderzoek voor kleinschalige initiatieven

Het afgelopen jaar ging OPaZ het land in met actieonderzoek. Acht regionale initiatieven kregen begeleiding om hun onderscheidende werkwijze bij complexe zorgvragen verder te brengen, landelijke aandacht te vragen voor hun aanpak en om oplossingen verder uit te rollen. De eindrapportage leverde interessante inzichten op. Wat doen deze initiatieven waardoor ze succesvol zijn? En wat kunnen andere initiatieven van ze leren?

Actieonderzoek is een interactieve manier van onderzoek doen. De actieonderzoeker handelt in de praktijk en leert door de reacties vanuit observaties en ervaringen, de praktijk (en het systeem) beter te begrijpen. OPaZ startte actieonderzoeken rond het thema ‘anders denken en anders werken bij complexe zorgvragen’ met acht initiatieven die passende zorg bieden aan groepen mensen die vaak tussen de wal en het schip vallen (Voor meer informatie over de initiatieven, zie dit nieuwsbericht van OPaZ). Instituut voor Publieke Waarden (IPW) en Significant Public zorgden voor de organisatie en de begeleiding van de deelnemers. Na afloop van het traject stelden ze een eindrapportage op om de belangrijkste geleerde lessen te kunnen delen.

Unieke aanpak

Een belangrijke les was dat de initiatieven in hun succesvolle ‘basisreceptuur’ allemaal vier dezelfde ingrediënten bleken te hebben: een specifieke filosofie of benaderingswijze, een logische, ongecompliceerde werkwijze, een aanbod van integrale oplossingen in meerdere domeinen én een aanbod voor specifieke doelgroepen die voorheen niet goed geholpen werden. 
Tegelijkertijd moeten initiatieven zich ook bewijzen aan de buitenwereld, ze moeten uitleggen wat ze doen en hoe ze dat doen. Ze moeten hun initiatief kortom ‘verkopen’ aan anderen. In de actieonderzoeken ontdekten de onderzoekers drie elementen die nodig zijn om een initiatief te ontwikkelen en het uit te leggen. 

Superman met netwerk en kennis

Ten eerste moeten de initiatiefnemers beschikken over een brede set aan competenties en vaardigheden. Ze hebben vaak een grote rol in allerlei processen binnen van initiatief, zoals de bedrijfsvoering, de acquisitie en promotie. Ze zijn kortom een soort superman. Ten tweede besteden de initiatieven veel tijd aan het bouwen en onderhouden van hun netwerk van gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, zorgkantoren en andere relaties. Wie je kent blijkt een belangrijke succesfactor te zijn. Het onderhouden van goede relaties vergt echter veel tijd en tact. Tot slot is de juiste kennis cruciaal voor het slagen van een initiatief. Initiatiefnemers moeten op dat vlak van vele markten thuis zijn en goed op de hoogte zijn van kwaliteit van zorg en kwaliteitskaders, het ontwikkelen van nieuwe zorg en ze moeten weten hoe ze het vertrouwen kunnen winnen van hun financiers. Dit lukt vaak alleen als ze weten hoe ze methodisch kunnen onderbouwen dat hun initiatief het verschil maakt.
De grootste hobbel blijkt dan wederzijds begrip tussen het initiatief, de gemeente (als financier), andere zorgaanbieders en ministeries te zijn. Al deze partijen kijken door hun eigen bril en vanuit de eigen ‘waarheid’ naar de situatie. 

Actieonderzoek

Ook de waarde van actieonderzoek als methode om een initiatief verder te helpen werd onderzocht. Een duidelijke leervraag bleek nuttig om het initiatief gericht te ontwikkelen. Door een concrete vraag te formuleren worden initiatieven immers ‘gedwongen’ te focussen op wat ze willen bereiken. De stap naar actie is hierdoor is makkelijker te maken. Andere succesfactoren uit het actieonderzoek waren: reflectie op eigen handelen en dat zo nodig bijsturen en begeleiding van een externe coach als ‘stok achter de deur’ om deze reflectietijd daadwerkelijk te nemen. Verder kan het actieonderzoek initiatieven ondersteunen bij het uitleggen van de werkwijze en toegevoegde waarde aan de omgeving. 

Aanbevelingen 

Al met al vormen de geleerde lessen van het onderzoek samen een pleidooi voor meer wederzijds begrip tussen initiatieven, zorgorganisaties en de overheid. Gezamenlijk onderzoek doen rond unieke, vernieuwende initiatieven, helpt daarbij door te leren wat deze maatschappelijke initiatieven doen, hoe en waarom. Dit betekent dus ook elkaars ‘taal’ leren begrijpen en helderheid creëren over waar betrokken partijen welke vragen en thema’s kunnen adresseren. Integere publieke ondernemers die écht het verschil maken, verdienen immers alle steun.