Pilot dynamische diagnostiek

Dynamische diagnostiek (of leerpotentieel onderzoek) geeft inzicht in hoe een kind leert, en wat het zelf wil en kan leren. Dit onderzoek geeft andere informatie dan de gangbare IQ-test. Voor kinderen die zich niet 'volgens het boekje' ontwikkelen kan dynamische diagnostiek helpen om de eigen ontwikkeling van het kind te ondersteunen.

Wat houdt dynamische diagnostiek in?

Bij dynamische diagnostiek lost het kind samen met de onderzoeker een aantal ‘puzzels’ of taken op. Die taken zijn vergelijkbaar met onderdelen van de gangbare IQ-testen. Het onderzoek wordt echter op een andere manier uitgevoerd en geeft daardoor andere informatie. Namelijk informatie over het leerproces zelf: hoe het kind leert. 

Onderzoek naar de manier van leren

Onderzocht wordt hoe het kind informatie waarneemt, gegevens verzamelt, de verzamelde gegevens verwerkt, en die informatie vervolgens weergeeft. Welke (meta)cognitieve en mentale functies zijn hierbij sterker ontwikkeld, en welke minder sterk? Wat is zijn leerpotentieel?

Hulp van de onderzoeker

De relatie tussen kind en onderzoeker is bij dynamische diagnostiek heel belangrijk. Daar wordt tijd in geïnvesteerd. Als het kind een taak zelf niet kan oplossen, geeft de onderzoeker hulp. Vervolgens wordt gekeken of het kind bij een soortgelijke taak profijt heeft van die hulp. Dat geeft informatie over de instructies, hints en hulp waarvan een kind het meest profiteert in zijn leerproces.

Pilot dynamische diagnostiek

Programma OPaZ van het ministerie van VWS heeft in 2020-2021 een kleinschalige pilot rond dynamische diagnostiek laten uitvoeren. Deze pilot was onderdeel van het praktijkinitiatief 'Het label is misleidend'. Aan de pilot deden vijf kinderen mee bij werd vermoed dat zij meer begrepen en konden leren dan op basis van eerdere (IQ)-testen was geconcludeerd. Na het onderzoek kregen zij twee maanden mediërende begeleiding aangeboden.

Enkele conclusies uit het onderzoek:

  • Bij alle kinderen heeft het onderzoek laten zien hoe zij leren en dat hun leerpotentieel veel groter is dan gedacht.
  • Ouders geven aan dat hun kind echt centraal stond bij het onderzoek, en dat het onderzoek op zich al meer zelfvertrouwen gaf aan hun kind.
  • Voor ouders bevestigde het onderzoek vaak hun idee dat hun kind meer kan leren dan gedacht. Het feit dat dit uit een gevalideerde onderzoeksmethode komt, sterkt hen om de juiste begeleiding voor hun kind te vinden.
  • Hoewel ouders vaak al vertrouwen hadden in het leerpotentieel van hun kind, hadden ze doorgaans geen handvaten om de eigen - niet standaard - ontwikkeling van hun kind te ondersteunen. Het onderzoek en de bijbehorende begeleiding hebben deze handvaten wel gegeven.

Een voorbeeld uit de pilot: een 9-jarig meisje met een motorische aandoening dat niet spreekt, werd gezien als verstandelijk beperkt. Gebarentaal blijkt voor haar echter een geschikte manier om te communiceren. Zij kan goed leren en gaat inmiddels naar een cluster 2 school.

Publicaties

Onderstaande publicaties geven meer informatie over de pilot: