Astrid wil een veilige plek voor haar verslaafde zoon met autisme 

Bijna tien jaar geleden zagen Astrid en haar man hun autistische zoon, Jasper, ontsporen. Door hevig cannabisgebruik ontregelde hij volledig en raakte hij psychotisch. Vanaf dat moment probeerde Astrid een veilige plek voor haar zoon te vinden voor om te herstellen. Dat bleek een bijna onmogelijke opgave. 

In zijn pubertijd begon Jasper met blowen en deed alles om zijn verslaving te financieren. Op een gegeven moment moesten waardevolle spullen achter slot en grendel worden bewaard. Vanaf dat moment ging Jasper van instelling naar instelling, maar hier werd zijn psychose niet erkend. “Daar heeft hij zijn eerste zelfmoordpoging gedaan, toen hij zestien was”, vertelt Astrid. “Zijn medicijnen leken een averechts effect te hebben.”

‘Beschermd’ wonen

In 2015 ging Jasper naar een Regionale Instelling voor Beschermd Wonen (RIBW). “Maar zo beschermd was het niet”, vertelt Astrid. “Het blowen ging gewoon door en er was onvoldoende begeleiding. Op een dag vond ik hem staan op de rand van zijn balkon.”

Van kastje naar de muur

“Ik ben steeds op zoek ben gegaan naar de juiste plek voor Jasper om te
wonen”, gaat Astrid verder. “Maar alle betrokken instanties wijzen naar elkaar. De een zegt: ‘hij kan niet bij ons terecht, de verslaving moet eerst aangepakt worden’, en de ander zegt: ‘dan moet hij wel gemotiveerd zijn’. Maar dat kan hij als psychiatrisch patiënt niet.”

VWS neemt actie

Ten einde raad zocht Astrid contact met het ministerie van VWS. Toen het ministerie contact opnam met de Nederlandse Zorgautoriteit, werd er actie ondernomen. De VWS-medewerker in kwestie vertelt: “We beginnen bij de zorgverzekeraar. Nadat wij enige druk hadden uitgeoefend, was er een plek voor Jasper in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (ggz). We hebben er ook een familievertrouwenspersoon bijgehaald, om te adviseren.”

Psychiater versus psychiater

Helaas kon de GGZ-instelling niet de juiste combinatietherapie bieden. “Toen hebben wij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) ingeschakeld”, zegt de VWS medewerker. “De psychiater oordeelde dat Jasper naar de Kliniek Intensieve Behandeling (KIB) moest, maar de behandelaar van de GGZ-instelling, ook een psychiater, ging niet akkoord. Hij is verantwoordelijk, tegen zijn oordeel kunnen wij niet in.”

Niet zonder instemming

Jasper blijft tussen wal en schip vallen. Astrid verloor na een juridische procedure ook nog het bewind over haar zoon. De grenzen van wat VWS in zo’n situatie kan, zijn duidelijk: wél meehelpen zoeken naar een passende behandelplek, maar niet zonder instemming van de patiënt zelf, tegen de visie van de behandelaar in, of in afwijking van een rechterlijk oordeel. 
 

Heb je advies nodig bij het organiseren van zorg? Daarvoor kun je terecht bij het Juiste Loket.