Recht op communicatie

Communicatie vormt de kern van wie we zijn als mens. We verbinden en communiceren, wisselen informatie en ideeën uit, wat allemaal mogelijk wordt gemaakt door communicatie.

Het VN Verdrag Handicap regelt het recht op communicatie en toegang tot communicatiemiddelen.

Het belang van communicatie

Communicatie is een intrinsiek onderdeel van sociale wezens. We vormen en onderhouden relaties via communicatie, ons onderwijs en ons werk zijn afhankelijk van communicatie, en onze deelname aan rechtssystemen, politiek en maatschappelijk leven kan niet zonder communicatie.

Iedereen heeft potentieel om te communiceren

Iedereen heeft het potentieel om te communiceren, maar niet iedereen wordt daartoe in staat gesteld. Daarvoor is nodig dat ieders communicatieve vaardigheden en voorkeuren worden geaccepteerd en ondersteund in de omgeving. Ook moeten mensen zo nodig toegang hebben tot de diensten die die hun communicatiepotentieel ondersteunen, zoals ondersteunde communicatie.

VN Verdrag Handicap

Het recht op communicatie is onder meer gerelateerd aan de vrijheid van meningsuiting (artikel 21) en het recht op onderwijs (artikel 24) van het VN Verdrag Handicap. Hierin staat dat mensen met een beperking zo nodig toegang moeten hebben tot voor hen geschikte vormen van communicatie, zoals ondersteunde communicatie.

Artikel 21: Vrijheid van mening en meningsuiting en toegang tot informatie

De Staten die Partij zijn nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap het recht op vrijheid van mening en meningsuiting kunnen uitoefenen, met inbegrip van de vrijheid om op voet van gelijkheid met anderen informatie en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en te verstrekken middels elk communicatiemiddel van hun keuze, zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag, onder meer door:

a.    personen met een handicap tijdig en zonder extra kosten voor het publiek bedoelde informatie te verschaffen in toegankelijke vormen en technologieën, geschikt  voor de verschillende soorten handicaps;

b.    het aanvaarden en faciliteren van het gebruik van gebarentalen, braille, ondersteunende communicatie en alternatieve vormen van communicatie en alle andere toegankelijke middelen, communicatiemogelijkheden en –formats naar keuze van personen met een handicap in officiële contacten;

c.    private instellingen die diensten verlenen aan het publiek, ook via het internet, aan te sporen informatie en diensten ook in voor personen met een handicap toegankelijke en bruikbare vorm te verlenen;

d.    de massamedia, met inbegrip van informatieverstrekkers via het internet, aan te moedigen hun diensten toegankelijk te maken voor personen met een handicap;

e.    het gebruik van gebarentalen te erkennen en te bevorderen.

Artikel 24: Onderwijs

  1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. [...]
  2. Bij de verwezenlijking van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat:
    a. het faciliteren van het leren van braille, alternatieve schrijfwijzen, het gebruik van ondersteunende en alternatieve communicatiemethoden, -middelen en -vormen, alsmede het opdoen van vaardigheden op het gebied van oriëntatie en mobiliteit en het faciliteren van ondersteuning en begeleiding door lotgenoten;