Een (SG)LVG-centrum is er voor behandeling van ernstige gedragsproblemen bij mensen met een lichte verstandelijke beperking. 

Behandeling ernstige gedragsproblemen

(SG)LVG staat voor (Sterk Gedragsgestoord) Licht Verstandelijk Gehandicapt.

Indicatie aanvragen

Voor behandeling in een LVG- of SGLVG-centrum is een indicatie nodig. U kunt een SGLVG-indicatie aanvragen bij het CIZ. Stuur een een onderbouwing van de behandelaar mee waarin staat waarom deze behandeling noodzakelijk is.

Het zorgprofiel

Er zijn twee zorgprofielen voor behandeling van ernstige gedragsproblemen:

  • LVG (lichte verstandelijke beperking): voor jongvolwassenen tot 23 jaar.
  • SGLVG (sterk gedragsgestoord lichte verstandelijke beperking) voor volwassenen.

Tijdelijke Wlz-indicatie

Normaal gesproken is een Wlz-indicatie levenslang geldig. (SG)LVG-indicaties zijn echter maximaal 3 jaar geldig. De indicatie kan worden verlengd als er na 3 jaar nog behandeling in de SGLVG-instelling nodig is.

Meer informatie over het regelen van deze behandeling

Na de behandeling

LVG- en SGLVG -indicaties zijn tijdelijk. Na de behandeling kan een cliënt daarom niet vanzelf doorstromen naar Wlz-zorg. Eerst wordt bepaald welke zorg nodig is. Vervolgens moet daarvoor de juiste indicatie aangevraagd worden. 

De behandeling is nog niet klaar

Als de behandeling nog niet klaar is op de einddatum van de (SG)LVG-indicatie, dan kan een nieuwe behandelindicatie aangevraagd worden bij het CIZ.

De behandeling is eerder klaar dan verwacht

Soms is de behandeling al klaar voor de einddatum op de (SG)LVG- indicatie. Het CIZ kan de indicatie dan eerder beëindigen. De cliënt stroomt uit en kan zo nodig vervolgzorg aanvragen.

Doorstroom naar Wlz-zorg

Een deel van de cliënten hebben blijvend Wlz-zorg nodig. Zij moeten na de behandeling een nieuwe Wlz-indicatie aanvragen bij het CIZ. Het CIZ kijkt dan welk zorgprofiel het beste past. Vervolgens wordt een plek in een passende Wlz-instelling gezocht of wordt de Wlz-zorg thuis georganiseerd.

Er is niet altijd snel een Wlz-woonplek beschikbaar. Ter overbrugging kan de cliënt zo nodig tijdelijk in de behandelinstelling blijven. Het zorgkantoor maakt dan afspraken met zorgaanbieders over de declaratie van deze zorg.

Uitstroom naar Wmo-ondersteuning

Cliënten die niet blijvend Wlz-zorg nodig hebben, kunnen bij de gemeente zo nodig ondersteuning vanuit de Wmo aanvragen. Dit kan in combinatie met ambulante ggz-behandeling vanuit de zorgverzekering. De cliënt zal dan ook een woonplek moeten vinden.

Als er nog geen woning of ondersteuning beschikbaar is, kan het CIZ de behandelindicatie verlengen. De cliënt kan dan langer blijven wonen in de instelling waar hij behandeling met verblijf heeft gekregen zodat er tijd is om de overgang te regelen.