Voor mensen met een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen is integrale behandeling in een SGLVG-centrum mogelijk. Hoe is dit geregeld?
Indicatie voor SGLVG-behandeling
Behandeling in een SGLVG-centrum valt onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Hiervoor is een indicatie nodig. U kunt die indicatie aanvragen bij het CIZ. Stuur een een onderbouwing van de behandelaar mee waarin staat waarom de (SG)LVG-behandeling noodzakelijk is.
Voor behandeling bij ernstige gedragsproblematiek kent het CIZ een van deze zorgprofielen toe:
- LVG (lichte verstandelijke beperking): voor jongvolwassenen tot 23 jaar.
- SGLVG (sterk gedragsgestoord lichte verstandelijke beperking) voor volwassenen.
Tijdelijke Wlz-indicatie
Normaal gesproken is een Wlz-indicatie levenslang geldig. Bij (SG)LVG-behandeling is dat anders. Deze indicatie is maximaal 3 jaar geldig. De indicatie kan worden verlengd als er na 3 jaar nog behandeling in de SGLVG-instelling nodig is.
Vervolg na de behandeling
Is de SGLVG-behandeling afgerond? Dan moet de cliënt de SGLVG-instelling verlaten.
Zo nodig kan een nieuwe indicatie voor de Wlz aangevraagd worden. Bijvoorbeeld voor wonen in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of voor Wlz-zorg thuis.
Komt de persoon niet in aanmerking voor Wlz-zorg? Dan is ondersteuning van de gemeente mogelijk op grond van de Wmo.
Hoe is deze zorg geregeld?
Bij LVG-behandeling is verblijf essentieel
Verblijf in de instelling is een essentieel onderdeel van de Integrale behandeling voor gedragsproblemen vanuit de Wlz. Als de behandeling ook zonder verblijf mogelijk is, wordt geen LVG-zorgprofiel afgegeven. Behandeling valt dan onder GZSP-zorg (als aan de voorwaarden wordt voldaan), zo nodig in combinatie met ondersteuning vanuit de Wmo zoals dagbesteding of huishoudelijke hulp.
Welke instellingen bieden LVG-behandeling?
Integrale behandeling voor gedragsproblemen in verblijfssetting wordt vaak geleverd in één van de orthopedagogische behandelcentra, maar dit is niet altijd zo. Het zorgkantoor kan ook in andere instellingen integrale behandelzorg inkopen die past bij het LVG-zorgprofiel. Het kan gaan om open en gesloten instellingen.
Wachtlijst bij LVG-behandelinstelling
Er is niet altijd direct een plek in een instelling waar de integrale behandeling met verblijf geboden kan worden. Cliënten die op een wachtlijst staan, kunnen tijdelijk:
- zorg ontvangen tijdens verblijf bij een andere instelling;
- zorg thuis ontvangen met een modulair pakket thuis (mpt) of een volledig pakket thuis (vpt).
In deze situatie mag de behandeling al starten terwijl de persoon nog niet op de juiste plek verblijft. Dit kan maximaal 13 weken, met eventueel nog 13 weken verlenging. Voorwaarde is dat de persoon op de wachtlijst staat bij een instelling die integrale behandeling in een LVG-verblijfssetting biedt.
Geen overplaatsing naar andere Wlz-zorg
Na afloop van de behandeling kunnen de volgende situaties ontstaan:
-
Doorstroom naar Wlz-zorg
De cliënt heeft blijvend Wlz-zorg nodig. Dan moet een nieuwe Wlz-indicatie aangevraagd worden bij het CIZ, met een passend zorgprofiel. Vervolgens kan een plek in een andere Wlz-instelling gezocht worden, of kan de Wlz-zorg thuis worden georganiseerd.
Is er nog geen plek in de nieuwe instelling? Dan kan de cliënt tijdelijk in de LVG-instelling blijven (overbruggingszorg). Deze overbruggingszorg kan (twee keer) 13 weken gegeven worden. Het zorgkantoor maakt afspraken met zorgaanbieders over de declaratie van deze zorg. - Uitstroom naar Wmo-ondersteuning
Het is ook mogelijk dat de cliënt geen blijvende Wlz-indicatie krijgt, maar wel ondersteuning nodig heeft vanuit de Wmo. Dit kan in combinatie met ambulante behandeling. De cliënt zal dan een woonplek moeten vinden en ondersteuning aanvragen bij de gemeente.
Als er nog geen woning of ondersteuning beschikbaar is, kan het CIZ de LVG-indicatie maximaal drie maanden verlengen. De cliënt kan dan langer blijven wonen in de instelling waar hij behandeling met verblijf heeft gekregen zodat er tijd is om de overgang te regelen.
Als de LVG-indicatie afloopt terwijl de integrale behandeling voor gedragsproblemen in de verblijfssetting nog niet klaar is, kunt u een nieuwe LVG-indicatie aanvaagen bij het CIZ.
Soms is de integrale behandeling voor gedragsproblemen in de verblijfssetting afgerond, terwijl de LVG- indicatie nog geldig is. Dan zal de cliënt uitstromen en kan er sprake zijn van Wmo-ondersteuning vanuit de gemeente. Het CIZ kan de LVG-indicatie dan beëindigen.
Verblijf in de Borg-behandelinstelling is essentieel
Bij SGLVG-behandeling is verblijf in een Borg-instelling een essentieel onderdeel van de behandeling. Als de behandeling ook zonder verblijf mogelijk is, zal het CIZ geen SGLVG-zorgprofiel afgeven. Behandeling valt dan onder GZSP-zorg (als aan de voorwaarden wordt voldaan), zo nodig in combinatie met ondersteuning vanuit de Wmo zoals dagbesteding of huishoudelijke hulp.
SGLVG-behandeling kan alleen worden geboden in een van de vier (gesloten) Borg-instellingen: Trajectum, Fivoor, Dichterbij en Ipse de Brugge.
Wachtlijst bij Borg-instelling
Er is niet altijd direct een plek in een Borg-instelling als de SGLVG-indicatie wordt gegeven. Cliënten die op een wachtlijst staan, kunnen tijdelijk zorg ontvangen tijdens verblijf bij een andere instelling, of thuis met een modulair pakket thuis (mpt) of een volledig pakket thuis (vpt). In dat geval mag de behandeling al starten terwijl de persoon nog niet in de behandelinstelling verblijft. Er kan dan ook sprake zijn van ondersteuning op grond van de Wmo.
De zorg buiten een plek waar integrale behandeling met verblijf wordt geboden, duurt maximaal (twee keer) 13 weken. Een voorwaarde is dat de cliënt op de wachtlijst staat bij een van de Borg-instellingen.
Na afronding van de SGLVG-behandeling
Na afronding van de behandeling kunnen de volgende situaties ontstaan:
- Doorstroom naar Wlz-zorg
Voor cliënten die blijvend Wlz-zorg nodig hebben, kan een nieuwe indicatie aangevraagd worden bij het CIZ. Die Wlz-zorg wordt in een andere Wlz-instelling of thuis gegeven.
Is er nog geen plek in de nieuwe instelling? Dan kan de cliënt tijdelijk in de SGLVG-instelling blijven (overbruggingszorg). Deze overbruggingszorg kan (twee keer) 13 weken gegeven worden. Het zorgkantoor maakt afspraken met zorgaanbieders over de declaratie van deze zorg. - Uitstroom naar Wmo-ondersteuning
Het is ook mogelijk dat de cliënt geen blijvende Wlz-indicatie krijgt, maar wel ondersteuning nodig heeft vanuit de Wmo. Dit kan in combinatie met ambulante behandeling. De cliënt zal dan een woonplek moeten vinden en ondersteuning aanvragen bij de gemeente.
Als er nog geen woning of ondersteuning beschikbaar is, kan het CIZ de SGLVG-indicatie maximaal drie maanden verlengen. De cliënt kan dan langer blijven wonen in de instelling waar hij behandeling met verblijf heeft gekregen zodat er tijd is om de overgang te regelen.
Als de indicatie afloopt terwijl de behandeling in de Borg-instelling nog niet klaar is, kan een nieuwe SGLVG-indicatie aangevraagd worden bij het CIZ.
Soms is de SGLVG-behandeling afgerond, terwijl de indicatie nog geldig is. Dan zal de cliënt uitstromen en kan er sprake zijn van Wmo-ondersteuning vanuit de gemeente. Het CIZ kan de SGLVG-indicatie dan beëindigen.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het zorgkantoor. Als er nog onduidelijkheden zijn kunt u terecht bij het Juiste Loket.