Vaak zijn meerdere partijen betrokken bij mensen met een Wlz-indicatie die dakloos raken. Juist dan moet duidelijk zijn wie de regie voert op de zorg voor de cliënt, wie het proces bewaakt en wie kan doorpakken als het proces vastloopt.
In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen casusregie en procesregie. Daarnaast spreken partijen af wie doorzettingskracht heeft. Het overzicht hieronder licht deze drie begrippen toe.
Vormen van regie
Procesregie is bedoeld voor situaties waarin de toeleiding naar passende zorg vastloopt. De procesregisseur brengt betrokken partijen bij elkaar, bewaakt de voortgang en zorgt dat afspraken worden nagekomen. De uitvoering van de zorg blijft bij de betrokken organisaties.
In de praktijk wordt deze rol regionaal verschillend belegd, bijvoorbeeld bij het zorgkantoor of een Wlz-zorgaanbieder.
De casusregisseur coördineert de uitvoering van de zorg voor de cliënt en stemt af met betrokken professionals. In de praktijk ligt deze rol vaak bij de dossierhouder. Wanneer samenwerking tussen organisaties vastloopt, kan worden opgeschaald naar procesregie.
Doorzettingskracht is bedoeld voor situaties waarin besluitvorming vastloopt en een cliënt daardoor niet tijdig passende zorg ontvangt. Partijen spreken vooraf af wie in die situatie een bindend besluit kan nemen. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een aanbieder voor een cliënt als het proces vastloopt. Dit vindt in de praktijk in uiterste gevallen en goed overleg plaats. In meerdere regio's ligt deze bevoegdheid bij het zorgkantoor.
Praktijkvoorbeelden
In Rotterdam voert het zorgkantoor de procesregie. Wanneer de toeleiding vastloopt, brengt het zorgkantoor partijen bijeen, bewaakt het de voortgang en kan het, als uiterste middel, een Wlz-zorgaanbieder aanwijzen die verantwoordelijk wordt voor de (woon)zorg van de desbetreffende cliënt. Deze procesregie besteed het zorgkantoor uit aan een externe, onafhankelijke projectleider.
Hieronder is de rolverdeling weergegeven tussen het zorgkantoor, dat verantwoordelijk is voor de procesregie, en de dossierhouder of overbruggingszorgaanbieder, die de casusregie voert.
Zorgkantoor (procesregie)
- Bewaakt het proces
- Spreekt partijen aan op afspraken
- Eerste lijn bij calamiteiten (cliëntbemiddeling)
- Coördineert de informatie-uitwisseling waar dat noodzakelijk en toegestaan is
- Informeert betrokken partijen over beschikbare overbruggings- en vervolgzorg en de termijn plekken beschikbaar zijn
Dossierhouder/overbruggingszorgaanbieder (casusregie)
- Brengt de zorgvraag in beeld
- Organiseert de benodigde zorg
- Meldt de cliënt aan voor vervolgzorg
- Bereidt casusbesprekingen voor
Bijzonderheden
- Overbruggingsplekken, waar gedurende maximaal twaalf weken wordt gewerkt aan stabilisatie, beeldvorming en een passende vervolgplek
- Structureel casusoverleg
- Twee fulltime zorgbemiddelaars
- Doorzettingskracht bij het zorgkantoor
In Utrecht is ervoor gekozen om de procesregie bij een Wlz-zorgaanbieder te beleggen. De dossierhouder vervult in principe deze rol. Wanneer dat niet wenselijk of mogelijk is, wordt in het Utrechts Netwerk Overleg (UNO) een andere Wlz-zorgaanbieder als procesregisseur aangewezen. De dossierhouder blijft verantwoordelijk voor de coördinatie van de zorg.
Als de toeleiding ondanks deze samenwerking vastloopt, kan het zorgkantoor als uiterste middel een Wlz-zorgaanbieder aanwijzen.
Hieronder is de rolbeschrijving weergegeven tussen proces- en casusregie die bij een Wlz-zorgaanbieder is belegd.
Dossierhouder/ andere Wlz-zorgaanbieder (procesregie)
- Verbindt betrokken partijen en bewaakt de samenhang in het traject.
- Coördineert de organisatie van passende zorg.
- Bewaakt de voortgang en continuïteit van zorg.
- Ziet toe op afspraken tijdens verblijf in de maatschappelijke opvang en richting uitstroom.
- Schaalt op naar het zorgkantoor of andere partijen als de voortgang vastloopt.
Dossierhouder/ andere Wlz-zorgaanbieder (casusregie)
- Eindverantwoordelijke voor de zorg aan de cliënt.
- Levert cliëntinformatie aan voor intake, plaatsing en zorginzet.
- Voert idealiter ook regie en/of de inzet van zorg op maat uit, of organiseert dit via het UNO (Utrechts Netwerk Overleg = casuïstiek overleg).
- Declareert de inzet van regievoering en zorg op maat via MPT als tijdelijk of regulier dossierhouder.
- Vraagt waar nodig een passende (her)indicatie aan richting uitstroom.
Zorg op maat-aanbieder
- Biedt Wlz-zorg en ondersteuning tijdens het verblijf in de maatschappelijke opvang.
- Werkt vanuit het zorg- en signaleringsplan.
- Stemt af met de regievoerder, dossierhouder, maatschappelijke opvang en andere betrokken partijen.
- Signaleert tijdig en zet waar nodig passende interventies in.
- Denkt mee over vervolgstappen en uitstroom naar een passende woon- en zorgplek.
Bijzonderheden
- Doorzettingskracht: als doorplaatsing niet lukt wijst zorgkantoor in het uiterste geval een Wlz-zorgaanbieder aan die dossierhouder wordt
- Regie via het UNO: In principe is de dossierhouder ook regievoerder. Als dat niet wenselijk is, wijst het Utrechts Netwerk Overleg (UNO) een andere Wlz-zorgaanbieder aan als regievoerder. De dossierhouder blijft verantwoordelijk voor de cliënt, enkel een andere Wlz-zorgaanbieder voert de regie.
- Derde rol “zorg op maat aanbieder”: Utrecht onderscheidt naast procesregie en casusregie een derde rol: de zorg op maat-aanbieder, die Wlz-zorg levert tijdens het verblijf in de maatschappelijke opvang.
