Een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking biedt wonen met zorg. De bewoners krijgen begeleiding en is er altijd toezicht in de buurt. Er zijn (groeps)woningen op aparte terreinen. Veel zorginstellingen hebben ook appartementen in gewone woonwijken.
Eenvoudige uitleg
-
Er zijn speciale zorginstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking.
-
U woont daar in een huis of appartement. Samen met andere mensen.
-
U krijgt hulp van begeleiders en andere hulpverleners.
-
Verhuizen naar een instelling is een grote beslissing.
-
Misschien kunt u zelf beslissen of u daar wilt wonen. Dit heet vrijwillige opname.
-
Als u dit niet zelf kunt beslissen, kan uw familie een opname aanvragen.
Meer informatie
Begeleiding en zorg
De bewoners krijgen ondersteuning die aansluit bij hun beperking. Bijvoorbeeld van een begeleider, (huis)arts, fysiotherapeut, ergotherapeut, speltherapeut, maatschappelijk werker, orthopedagoog, diëtist of een activiteitenbegeleider. Bewoners krijgen vaak ook dagbesteding of een vorm van werk vanuit de zorginstelling.
Dagelijks leven in de zorginstelling
De zorginstelling moet zo goed mogelijk rekening houden met de wensen en behoeften van de bewoners. De zorg moet passen bij de persoonlijke situatie en persoonlijkheid. Dat kan bijvoorbeeld gaan om wat iemand wil eten en wat voor dagbesteding bij die persoon past. Maar het is ook belangrijk dat zorgverleners steeds manieren blijven zoeken om de bewoners zo veel mogelijk zeggenschap te geven over hun eigen leven. Daarbij zijn natuurlijk ook grenzen.
Lees meer over:
Verhuizen naar een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking is een ingrijpende beslissing voor de persoon zelf en de familie. Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking kan hier zelf goed over beslissen. Dan is een vrijwillige opname mogelijk.
Stappen voor een vrijwillige opname
- De persoon met een verstandelijke beperking is minstens 16 jaar en begrijpt goed wat een verhuizing naar een instelling betekent.
- De persoon vraagt een indicatie voor de Wet langdurige zorg aan bij het CIZ. Die indicatie is nodig om in een zorginstelling te gaan wonen. Iemand anders kan het formulier invullen, de persoon met een verstandelijke beperking ondertekent het formulier.
- Het CIZ toetst of de persoon aan de voorwaarden voor de Wlz voldoet. De belangrijkste voorwaarde is dat de persoon blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft, en niet altijd zelf goed om hulp kan vragen.
Wanneer familie, mantelzorgers of professionele zorgverleners een opname in een instelling nodig vinden, kunnen zij het CIZ vragen om een indicatie te stellen.
Een medewerker van het CIZ komt op huisbezoek en stelt vast of:
- De persoon niet zelf voor een opname kiest, maar zich er ook niet tegen verzet. Dan is een opname zonder instemming, zonder verzet mogelijk.
- De persoon níet in een instelling wil wonen. Dan kan het CIZ geen indicatie voor opname geven. De huisarts of familie kan de procedure voor een gedwongen opname in gang zetten. Ook kan het CIZ die procedure zelf in gang zetten onder de Wet zorg en dwang.
De vertegenwoordiger moet instemmen, maar beslist niet
Mensen die de gevolgen van een besluit niet kunnen overzien, hebben een vertegenwoordiger. Alleen instemming van de vertegenwoordiger is niet voldoende voor een opname. Voor mensen die wilsonbekwaam zijn is een besluit van het CIZ of een gedwongen opname nodig.
Zorgplan
De vertegenwoordiger is wel betrokken bij de afspraken die in het zorgplan komen te staan.
Ter zake wilsonbekwaam
Wilsonbekwaamheid geldt per beslissing. Mensen zijn wilsonbekwaam als ze
- de informatie over hun ziekte of behandeling niet begrijpen;
- zelf niet kunnen beslissen;
- de gevolgen van een beslissing niet begrijpen.
Cliënten kunnen wilsonbekwaam zijn voor de beslissing waar zij gaan wonen, maar bekwaam voor wat zij overdag willen doen. Zij kunnen elke beslissing waarvan zij de gevolgen kunnen overzien, zelf maken.
Als de opname niet bevalt
Sommige mensen met een verstandelijke beperking voelen zich niet prettig in een zorginstelling. Dan kunnen zij dit het beste bespreken met de eigen begeleider in de instelling. Een familielid kan hier bij zijn.
Als er geen verbetering mogelijk is, zijn er twee mogelijkheden:
- Weer thuis bij de familie gaan wonen.
- Naar een andere zorginstelling verhuizen. Het zorgkantoor kan helpen een andere zorginstelling te vinden. Er zijn wel lange wachtlijsten in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Het kan daarom lastig zijn een andere plek te vinden.
Nog geen nieuwe plek gevonden
Tot er een nieuwe plek is, kunnen cliënten in hun huidige instelling blijven. Als zij vertrekken zonder een nieuwe plek te hebben, zal de instelling inschatten of dit een gevaar oplevert voor de cliënten zelf of voor anderen. In dat geval kan men een gedwongen opname in gang zetten.