Gemeenten bieden maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo. U leest hier wat dat is.
Maatschappelijke ondersteuning
Gemeenten bieden twee soorten ondersteuning.
- Eenvoudige hulp voor alle inwoners. Bijvoorbeeld boodschappenhulp, maaltijdservice (tafeltje-dek-je) en koffie-ochtenden. Dit zijn algemene voorzieningen. U hoeft deze hulp niet aan te vragen.
- Hulpmiddelen, aanpassingen en hulp bij u thuis. Bijvoorbeeld een rolstoel, schoonmaakhulp of begeleiding. Dit zijn maatwerkvoorzieningen.
Gemeenten kijken eerst wat u zelf kunt doen. En welke hulp uw familie, vrienden of buren kunnen geven. Dit heet het sociale netwerk.
Algemene voorzieningen zijn laagdrempelige, snel toegankelijke vormen van hulp die de gemeente organiseert voor inwoners die tijdelijk of licht ondersteuning nodig hebben. Het verschilt per gemeente welke voorzieningen er zijn.
Veel gemeenten bieden deze algemene voorzieningen aan:
Praktische hulp en ondersteuning
- Boodschappenhulp of boodschappendienst
- Maaltijdservice (warme maaltijden thuisbezorgd)
- Klussendienst (kleine reparaties in huis)
- Vervoersvoorzieningen, zoals een buurtbus of regiotaxi
- Huishoudelijke hulpadviezen of korte ondersteuning bij opruimen
Sociaal contact en ontmoeting
- Buurtwerk / buurtcentra met activiteiten
- Inloopochtenden of koffieochtenden
- Maatjesprojecten (vrijwilligers die helpen bij eenzaamheid of praktische zaken)
- Ontmoetingsruimtes of dagactiviteiten
Informatie en advies
- Wijkteam of sociaal loket
- Mantelzorgondersteuning
- Formulierenhulp of schuldhulp-inloopspreekuur
Beweging en welzijn
- Beweeggroepen voor ouderen of mensen met een beperking
- Cursussen (bijv. valpreventie of gezond leven)
Gemeenten bieden verschillende voorzieningen die helpen om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving. Zij noemen dit 'maatwerkvoorzieningen'. Voorbeelden zijn:
- Hulp thuis, zoals schoonmaken
- Aanpassingen in huis (zoals een traplift of een aangepaste douche)
- Begeleiding in het dagelijks leven (bijvoorbeeld hulp bij het regelen van dingen of meedoen aan activiteiten)
- Dagbesteding (activiteiten om contact te houden met anderen en iets te doen te hebben) en logeren
- Hulpmiddelen (zoals een rolstoel of een rollator)
- Sociaal vervoer (bijvoorbeeld een regiotaxi)
- Beschermd wonen voor mensen met psychische hulpvragen
- Maatschappelijke opvang voor mensen zonder thuis
Een maatwerkvoorziening is niet altijd 'op maat gemaakt'
Het kan bijvoorbeeld gaan om een standaard rolstoel. Maatwerk wil zeggen dat het hulpmiddel voor u zelf is. U hoeft het niet met anderen te delen.
'Op maat gemaakt' is wel mogelijk als een standaard hulpmiddel niet volstaat. Dan kunt u individuele aanpassingen aanvragen. De gemeente beslist of die aanpassingen vergoed worden.
De gemeente kan eerst kijken of u hulp kunt krijgen van uw gezinsleden en uw sociale netwerk.
Gezinsleden (gebruikelijke zorg)
Gebruikelijke zorg is de hulp die mensen elkaar normaal gesproken geven als zij een gezin vormen of samen leven. Bijvoorbeeld helpen met eten koken, afwassen, stofzuigen en de kinderen aankleden en naar school brengen. Als iemand in het gezin ziek is, kunnen gezinsleden vaak een aantal van deze taken overnemen. De gemeente betaalt daarvoor dan geen professionele hulp.
Hulp van mensen in uw omgeving
De gemeente kan nagaan wat mensen in uw omgeving voor u kunnen doen. Bijvoorbeeld (volwassen) kinderen, vrienden of buren. Deze mensen zijn echter niet verplicht om u te helpen. Gemeenten mogen vragen of die mensen daartoe bereid zijn. Als zij dat willen, zal de gemeente daar rekening mee houden bij de voorziening(en) die u krijgt aangeboden.
Uw netwerk vergroten
Heeft u geen mensen om u heen die u kunnen helpen? Dan kan de gemeente met u bespreken wat nodig is om uw netwerk te vergroten. Als dit niet lukt zal de gemeente u passende ondersteuning aanbieden zonder hulp uit uw omgeving.
Mantelzorgondersteuning
Komt in het gesprek met de gemeente aan de orde dat u hulp krijgt van een mantelzorger? Dan moet de gemeente vragen of uw mantelzorger zelf hulp nodig heeft om de mantelzorg te kunnen geven.
Wmo-ondersteuning en hulpmiddelen om uw kind te verzorgen
Gemeenten kunnen op grond van de Wmo een maatwerkvoorziening toekennen aan ouders die zelf een (tijdelijke) beperking hebben. Het gaat dan om ondersteuning bij de verzorging van het (gezonde) kind.
Voor de aanvraag kunt u advies vragen aan een ergotherapeut, die samen met u bekijkt wat u zelf kunt doen en waar u hulp bij nodig heeft. Een cliëntondersteuner kan zo nodig helpen bij de Wmo-aanvraag.
Sociaal Medische Indicatie voor kinderopvang
Spelen er psychische, sociale of lichamelijke problemen binnen uw gezin, en heeft u geen recht (meer) op kinderopvangtoeslag? Dan komt u misschien in aanmerking voor een sociaal-medische indicatie van uw gemeente. Hiermee kan uw kind (van 0 tot 12 jaar) enkele dagen per week naar de kinderopvang. Zo wordt u als ouder tijdelijk ontlast.
De regels en de hoogte van de tegemoetkoming verschillen per gemeente. VNG, gemeenten en het ministerie van SZW hebben gezamenlijk een handreiking SMI gemaakt. Lees meer in de Kamerbrief en de handreiking.
Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor de Wmo-ondersteuning die zij mensen thuis bieden. Voor de meeste Wmo-hulp betaalt u een eigen bijdrage. Dit is maximaal € 21,80 per maand (bedrag 2026). Dit heet het abonnementstarief. De rekening krijgt u van het CAK.
Gemeenten mogen een lager bedrag vragen. Bijvoorbeeld voor mensen met een laag inkomen. De gemeente mag geen hoger abonnementstarief vragen.
Voor sommige hulp of ondersteuning kan de gemeente wel een aparte bijdrage in kosten vragen. Voor vragen hierover kunt u terecht bij het Wmo-loket van uw gemeente.
Gemeenten vullen zelf hun Wmo-beleid in. Daarbij moeten ze zich wel houden aan de wet. Daarin staat bijvoorbeeld:
- hoe gemeenten het onderzoek moeten uitvoeren (artikel 2.3.2);
- het recht op een persoonsgebonden budget (artikel 2.3.6);
- dat u hulp kunt krijgen van een cliëntondersteuner (artikel 2.2.4).
Kinderen met een ziekte of beperking en de Wmo
Kinderen tot 18 jaar krijgen benodigde zorg vanuit de Jeugdwet (jeugdhulp), zorgverzekering (medische kindzorg) of Wet langdurige zorg (bij ernstige verstandelijke beperking). De overheid vindt het belangrijk dat kinderen thuis kunnen opgroeien. Daarvoor kunnen extra voorzieningen nodig zijn. Zoals woningaanpassingen. Deze worden vanuit de Wmo geregeld.
U vindt hier een overzicht.
Woningaanpassingen
Bij een ziekte of beperking kunnen woningaanpassingen nodig zijn. Denk aan het rolstoelgeschikt maken van de woning met een aangepaste badkamer, brede doorgangen. Soms wordt een aanbouw aan het huis gemaakt voor een kind dat intensieve zorg nodig heeft.
Een vergoeding van woningaanpassingen kunt u aanvragen bij uw gemeente op grond van de Wmo. Ook als de aanpassingen nodig zijn voor uw kind onder de 18 jaar.
Hulpmiddelen
Ook bepaalde hulpmiddelen worden vanuit de Wmo vergoed, zoals een rolstoel, tillift en douchestoel.
Zie de website van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde voor een overzicht van vergoedingen van hulpmiddelen voor kinderen.
Praktische ondersteuning
Vanuit de Wmo kan praktische ondersteuning worden vergoed. Dit is bedoeld om de ouders te ontlasten bij zware zorgtaken. Bijvoorbeeld door huishoudelijke hulp te bieden.
Tijdelijke overname van de zorg
Veel ouders van zorgkinderen leveren zelf een (groot) deel van de zorg. Dit wordt mantelzorg genoemd. De gemeente kan vanuit de Wmo vervangende zorg betalen als u deze zorg tijdelijk niet kunt geven. Bijvoorbeeld vanwege een vakantie of door overbelasting.
Zie ook: mantelzorgondersteuning.
U kunt een vervoersvoorziening op grond van de Wmo aanvragen als uw kind niet zelf op pad kan gaan. Het gaat om vervoer voor sociale contacten, bijvoorbeeld familiebezoek of een uitje met het gezin. De gemeente zal eerst kijken of hierbij hulp uit uw eigen netwerk mogelijk is.
Dit vervoer valt NIET onder de Wmo:
- Vervoer naar school (leerlingenvervoer).
- Vervoer van en naar een jeugdinstelling; dit valt onder de Jeugdwet.