U woont thuis met ondersteuning vanuit uw gemeente en/of zorgverzekeraar (thuiszorg). U heeft steeds intensievere zorg nodig. Daarom vraagt u zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) aan. Hoe gaat de overgang naar de Wlz?

Aanvraag

U vraagt een indicatie voor Wlz-zorg aan bij het CIZ. Zie hiervoor: Wlz-zorg aanvragen.

Als uw aanvraag wordt afgewezen

  • U kunt bezwaar maken. In de brief van het CIZ staat hoe dat gaat.
  • De gemeente en/of zorgverzekeraar blijven verantwoordelijk voor uw zorg.

Als u een Wlz-indicatie krijgt

  • Het CIZ bepaalt welk zorgprofiel het beste bij u past. In het zorgprofiel staat welke zorg u nodig heeft.
  • Het CIZ stuurt de indicatie met het zorgprofiel naar het zorgkantoor in uw regio. U vindt uw zorgkantoor op Zorgkantoor.nl.

Overgang naar Wlz-zorg

Het zorgkantoor heeft tijd nodig om uw Wlz-zorg te organiseren. De zorg vanuit uw gemeente en/of zorgverzekeraar loopt daarom nog door. Tot 5 dagen na ingang van de Wlz-indicatie betalen de gemeente en/of zorgverzekeraar uw zorg. Daarna is het zorgkantoor verantwoordelijk.

Soms lukt het niet om de Wlz-zorg binnen 5 dagen te organiseren. Dan is het zorgkantoor verantwoordelijk voor overbrugging.

Misschien ook van belang voor u

Een zorginstelling vinden

Het zorgkantoor kan u helpen om een geschikte plek te vinden. U kunt ook kijken op Zorgkaartnederland.nl.

Het kan zijn dat u op een wachtlijst komt. Totdat u in de zorginstelling terecht kunt, krijgt u zorg thuis. Dit heet overbruggingszorg.

Partner meeverhuizen

Heeft u een indicatie voor de Wlz en kiest u voor een opname in een zorginstelling? Uw eventuele partner kan meeverhuizen zonder zelf een indicatie te hebben. Dit geldt voor partners van cliënten met een lichamelijke ziekte of beperking, een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie), of met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Het geldt niet voor mensen met een indicatie voor GGZ Wonen.

Niet iedere zorginstelling heeft plek voor de partner. Instellingen zijn niet verplicht om de partner een plek te geven. Overleg met de beoogde instelling en/of het zorgkantoor wat mogelijk is.